God,

Gij die verlangt naar eenheid.

Uw stem roept.

U wilt gehoord worden,

niet één keer, maar telkens weer.

 

Onze honger is groot,

onze dorst en verlangen nog veel meer

naar U, bron van ons bestaan. 

Wanneer wij haar niet voeden,

gaan we dood,

niet één keer, maar telkens weer. 

 

Roep, ik luister. 

Blijf roepen, ik ben er. 

Waak over mij en raak mij aan, 

tot in het diepste van mijn ziel, 

niet één keer, maar telkens weer. 

 


Zon,

kracht ten leven,

warmte die ons aansteekt, 

licht dat ons waakzaam houdt,

en door duister en kilte leidt. 

 

Zon,

innerlijk vuur dat in ons brandt

en ons in leven houdt,

dat ons doet verlangen

naar die eeuwige gloed

die nooit dooft.  

 


Kracht ten leven,

breng beweging 

in mijn spreken en handelen,

in mijn doen en laten,

in mijn hele zijn,

Mijn wezen is

gegrond in U

voor eeuwig en altijd. 


Geest die ons draagt,

kracht die ons stuwt,

adem die ons leven geeft, 

 

Geef me de moed 

geduldig en zacht te zijn,

voor mezelf en voor anderen.

 

Til mij op en wakker

uw vuur in mij aan,

de vonk die mijn pad verlicht. 

 


Bron van alle leven,

U heb ik lief. 

U bent de reden van mijn bestaan. 

Uit uw liefde leven wij. 

 

Wees mijn toeverlaat als ik twijfel,

mijn houvast als ik wankel,

mijn reddingsboei als ik verdrink. 

 

Neem mijn hand als ik onzeker ben

en toon mij de weg. 

U bent de bron van alle liefde,

oneindige liefde stroomt door U.  

 

Blijf altijd bij me,

vandaag en alle dagen 

van mijn leven 

ja, zelfs tot over de dood heen. 


God, 

U kent mijn weg, ook als ik die zelf ben vergeten.

U kent ook mijn zoeken en verlangen, 

mijn falen en mijn intenties.

Ook al begrijp ik Uw weg niet altijd,

toch wil ik die gaan. 

Want Uw weg leidt naar het schone, het ware en het goede. 

Uw weg is het leven en de waarheid. 

Telkens ik afdwaal, vraag ik U

me terug op de goede weg te zetten

en me te laten zien wat U van mij verlangt, 

een weg ten leven voor iedereen.